Gratis juridische bijstand

Gratis juridische bijstand

  1. Bureau voor Juridische Bijstand
  2. Wat doet het Bureau voor Juridische Bijstand?
  3. Praktisch
  4. Inkomensgrenzen
  5. Alleenstaand
  6. Gehuwd, samenwonend of alleenstaand met persoon ten laste
  7. Gelijkgestelde categorieën
  8. Over te maken documenten
  9. Forfaitaire bijdragen
  10. Vrijstellingen forfaitaire bijdragen

Bureau voor Juridische Bijstand

Huis van de Advocaat 
Rijschoolstraat 9
3000 Leuven 
Tel 016 21 45 45 
fax 016 21 45 46
bjb@balieleuven.be
www.balieleuven.be

Wat doet het Bureau voor Juridische Bijstand?

Het Bureau voor Juridische Bijstand stelt een advocaat aan om bijstand te verlenen aan een persoon die over onvoldoende inkomsten beschikt (zie inkomensgrenzen) of een persoon die behoort tot een hiermee gelijkgestelde categorie (zie gelijkgestelde categorieën).

Afhankelijk van het inkomen van de persoon in kwestie zal de bijstand van de advocaat volledig of gedeeltelijk kosteloos zijn (zie forfaitaire bijdragen).

Wie kan rekenen op een derde betaler, bijvoorbeeld een rechtsbijstandsverzekering, komt niet in aanmerking voor een Pro-Deo advocaat.

Praktisch

Indien u denkt dat u recht hebt op tweedelijnsbijstand kan u rechtstreeks naar een advocaat gaan of u komt naar een zitting van het Bureau voor Juridische Bijstand. 

Het Bureau houdt zitting dinsdag- en donderdagvoormiddag om 11:00.

Let op : de deur gaat open om 10:30 en sluit om 11:30! 

U dient dus uiterlijk om 11:30 aanwezig te zijn.

Wilt u snel geholpen worden, vul dan alvast het 

 in en breng de juiste recente documenten mee (zie over te maken documenten).

Eventueel kan een schriftelijke aanvraag gericht worden aan het Bureau voor Juridische Bijstand met duidelijke opgave van de reden van het verzoek, de bij te voegen stukken en de contactgegevens van de aanvrager.

Inkomensgrenzen

Jaarlijks worden de inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor volledige of gedeeltelijke kosteloosheid door het Ministerie van Justitie bepaald.

Cijfers geldig op 1 september 2017 :

Alleenstaand

a) Volledige kosteloosheid: max. € 994,00 netto/maand

b) Gedeeltelijke kosteloosheid: tussen € 994,00 en € 1.276,00 netto/maand

Gehuwd, samenwonend of alleenstaand met persoon ten laste

a) Volledige kosteloosheid: max. € 1.276,00 netto/maand (= gezinsinkomen)
+ € 178,54 pp ten laste

1 persoon = € 1.454,54
2 personen = € 1.633,08
3 personen = € 1.811,62

b) Gedeeltelijke kosteloosheid: tussen € 1.276,00 en € 1.556,00 netto/maand (= gezinsinkomen)
+ € 178,54 pp ten laste

1 persoon = € 1.734,54
2 personen = € 1.913,08
3 personen = € 2.091,62

Gelijkgestelde categorieën

Art. 1 §2 Koninklijk Besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden en de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand, zoals gewijzigd bij KB van 3 augustus 2016, bepaalt de gelijkgestelde categorieën als volgt :

§ 2. Behoudens tegenbewijs wordt beschouwd als een persoon wiens bestaansmiddelen onvoldoende zijn: 

1°      degene die bedragen geniet uitgekeerd als leefloon of als maatschappelijke bijstand, minstens op overlegging van de geldige beslissing van het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; 
2°      degene die bedragen geniet uitgekeerd als gewaarborgd inkomen voor bejaarden, minstens op overlegging van het jaarlijks attest van de Rijksdienst voor Pensioenen; 
3°      degene die een inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten geniet, minstens op overlegging van de beslissing van de minister tot wiens bevoegdheid de sociale zekerheid behoort of van de door hem afgevaardigde ambtenaar (www.handiweb.be); 
4°      de persoon die een kind ten laste heeft dat gewaarborgde kinderbijslag geniet, minstens op overlegging van het attest van het Federaal agentschap voor de kinderbijslag (Famifed); 
5°      de huurder van een sociale woning die in het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een huur betaalt die overeenkomt met de helft van de basishuurprijs of die in het Waals Gewest een minimumhuur betaalt, minstens op overlegging van de laatste huurberekeningsfiche; 
6°      de gedetineerde, op overlegging van bewijsstukken met betrekking tot het statuut van gedetineerde; 
7°      de beklaagde bedoeld in de artikelen 216 quinquies tot 216 septies van het Wetboek van Strafvordering; 
8°      de persoon van de geesteszieke voor wat betreft de toepassing van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, op overlegging van bewijsstukken; 
9°      de vreemdeling, voor wat betreft de indiening van het verzoek tot machtiging van verblijf, of van een administratief of rechterlijk beroep tegen een beslissing die genomen werd met toepassing van de wetten betreffende de toegang, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, op overlegging van bewijsstukken; 
10°     de asielaanvrager of de persoon die een aanvraag indient van het statuut van ontheemde, op overlegging van bewijsstukken; 
11°     de persoon belast met overmatige schulden op overlegging van een verklaring van hem waaruit blijkt dat de toekenning van de rechtsbijstand of van de juridische tweedelijnsbijstand aangevraagd wordt met het oog op de inleiding van een procedure van collectieve schuldenregeling.

Let wel : De vermoedens van ontoereikend inkomen die hierboven werden vermeld zijn weerlegbaar.  Dit betekent dat ook voor deze personen moet de exacte omvang van hun patrimonium moet worden beoordeeld door het Bureau voor Juridische Bijstand om zich ervan te vergewissen dat deze personen, van wie vermoed wordt dat zij behoeftig zijn, weldegelijk niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken waardoor zij een beroep zouden kunnen doen op de diensten van een advocaat buiten de juridische bijstand. 

Enkel voor minderjarigen geldt een onweerlegbaar vermoeden van ontoereikend inkomen :

§ 4. De minderjarige geniet van de volledige kosteloosheid op voorlegging van zijn identiteitskaart of van enig ander document waaruit zijn staat blijkt.

Over te maken documenten

Bij het aanvraagformulier worden volgende documenten gevoegd:

  • een attest van samenstelling van gezin van maximaal één maand oud;
  • documenten die uw inkomsten en uw bestaansmiddelen bewijzen van ten minste de laatste drie maanden en in voorkomend geval van de personen die u ten laste heeft of die met u samenwonen, naargelang uw situatie of uw verklaringen, zoals:
    • Bewijzen van wedden/lonen van ten minste de laatste drie maanden (ook diensten-, maaltijd-, opleidings- en ecocheques, andere voordelen, …), bovendien :
      • Indien uw loonfiche vakantie (onbezoldigd) vermeldt, een extra loonfiche van een volledige gewerkte maand bijbrengen;
      • Indien uw loon of uitkering onder het bestaansminimum ligt, eventuele opleg van een andere instantie bijbrengen;
      • Indien tijdskrediet op uw loonfiche staat: aard tijdskrediet en regime en eventuele bijpassingen bijbrengen, bijvoorbeeld bij ouderschapsverlof de uitkering van de RVA en/of de premie van de Vlaamse Overheid;
      • Indien weerverlet, economisch werkloos… een attest van de RVA of van de vakbond bijbrengen;
      • Indien loon via individuele beroepsopleiding (IBO) contract: loonfiche van de VDAB en opleg van de RVA bijbrengen;
      • Indien een deel van het loon ten laste van de RVA activa: attest van de RVA of van de vakbond bijbrengen;
    • Het bewijs van het ziekenfonds of van een hulpkas voor werkloosheidsuitkering met vermelding van het dagbedrag, indien ziekte (na gewaarborgde periode) op de loonfiche : het attest ziekenfonds;
    • Attest schuldbemiddelaar met exacte bedrag van het leefgeld (op maandbasis) evenals het exacte bedrag van de vaste maandelijkse kosten (huur, nutsvoorzieningen,…) en met duidelijke vermelding van het bedrag van de kinderbijslag die door de schuldbemiddelaar bovenop het leefgeld rechtstreeks wordt betaald;
    • Voor de ondernemer : onder andere de jaarlijkse fiche 281.50 én de laatste BTW–aangifte, in voorkomend geval een attest van de boekhouder;
    • Bankuittreksels (pensioen, onderhoudsgeld, ziekte-uitkering, ontvangen huurgelden,…) en de saldi van de bankrekeningen van de laatste drie maanden;
    • Periodieke overzichten van interimbureaus.  Bij interimarbeid : attest van het interimkantoor met vermelding van de gewerkte maand, aantal gewerkte dagen, bruto- en nettoloon;
    • Uw verkeersbelasting;
    • Indien verklaring op eer dat er geen inkomsten ontvangen worden : attesten van het OCMW, de RVA en het ziekenfonds die verklaren dat zij geen uitkering uitbetalen;
    • Schoolattesten van uw kinderen waaruit blijkt dat de kinderen schoolgaand zijn en/of onder leercontract vallen : loonfiches of attesten bijbrengen waaruit blijkt dat er enkel onbezoldigde stages zijn.  Schoolattesten van Syntra voor meerderjarige kinderen : melden of het dag- of avondonderwijs is, bij avondonderwijs eventuele loon/uitkering bijbrengen;
    • Uw aanslagbiljet van de onroerende voorheffing;
    • Eventuele andere nuttige stukken…
  • Uw laatste aanslagbiljet van u en van alle meerderjarige leden van uw gezin;
  • Eventuele procedurestukken (dagvaarding, gerechtsbrieven, vonnissen, …);

Het is nutteloos u aan te bieden op een zitting indien u niet in het bezit ben van deze documenten.

Het niet overmaken van noodzakelijke stukken binnen de gestelde termijnen, kan voor gevolg hebben dat de Belgische Staat alle kosten van u terugvordert.

Forfaitaire bijdragen

Wie in aanmerking komt voor de gehele of gedeeltelijke kosteloze juridische tweedelijnsbijstand moet aan zijn advocaat wel een forfaitaire vergoeding betalen van :

  • € 20 per aanstelling
  • € 30 per aanleg voor elke gerechtelijke procedure

Sommige categorieën zijn vrijgesteld van de forfaitaire bijlage (zie: vrijstellingen forfaitaire bijdragen).

De persoon die de gedeeltelijke kosteloze juridische tweedelijnsbijstand geniet, betaalt naast de forfaitaire vergoeding(en) ook een bedrag aan zijn advocaat tussen de € 25 en de € 125. 

Advocaten mogen pas optreden nadat ze deze bedragen ontvangen hebben.  De advocaat ontvangt punten voor wat hij doet.  De Federale Overheid koppelt een bedrag aan die punten en betaalt de advocaat uit.

Vrijstellingen forfaitaire bijdragen

De vrijstellingen van de forfaitaire bijdragen (art. 508/17 Ger.W.)

De wet voorziet in een aantal categorieën van personen die vrijgesteld zijn van het betalen van forfaitaire bijdragen, met name :

  • Wanneer de persoon de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
  • In hoofde van de persoon van de geesteszieke voor wat betreft de toepassing van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke en in hoofde van de geïnterneerde voor wat betreft de toepassing van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;
  • In strafzaken in hoofde van personen die volledig kosteloze juridische bijstand genieten;
  • Wanneer het een persoon betreft die een procedure instelt tot erkenning als staatloze;
  • Wanneer het een persoon betreft die een asielaanvraag indient;
  • Wanneer het een persoon betreft die een procedure instelt tegen een terugkeerbeslissing of een inreisverbod;
  • Wanneer het een persoon betreft die een aanvraag indient om een collectieve schuldenregeling te verkrijgen;
  • Wanneer het een persoon betreft die niet over enig bestaansmiddel beschikt;

De wet voorziet tevens ook in de mogelijkheid voor de rechtzoekende, desgevallend voor zijn advocaat, om een verzoek tot vrijstelling te richten aan het Bureau voor Juridische Bijstand tot gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van forfaitaire bijdragen.  Dit verzoek kan geen betrekking hebben op de provisie in geval van gedeeltelijke kosteloosheid.  Het Bureau voor Juridische Bijstand kan hiertoe overgaan in de volgende gevallen :

  • De betaling van de bijdrage zou de toegang tot de rechter ernstig belemmeren;
  • De betaling van de bijdrage zou het proces van de aanvrager oneerlijk maken;
  • Er is sprake van een opeenstapeling van procedures, waarbij een bijdrage verschuldigd is, die de toegang tot de rechter ernstig zou belemmeren of het proces (van de aanvrager) oneerlijk zou maken;