Advocaten Luisteren: Vincent Coigniez

 

Mr. Régine Karlin-Orfinger
Keine kleine Geschichte

 

Ergens in 1989 pleitte ik als advocaatstagiair tegen Mr. Régine Karlin- Orfinger, advocate ingeschreven aan de Franse Orde van Advocaten te Brussel. Zij was op dat ogenblik 78 jaar en werd alom gerespecteerd.

Twintig jaar later, op 30 november 2009, bezocht ik de indrukwekkende tentoonstelling 'lawyers without rights' in het gerechtsgebouw te Antwerpen. Het verbijsterende levenslot van de Joodse advocaten in de tweede wereldoorlog wordt er beschreven. De opeenvolgende ariërwetten van de Nazi’s met als ultiem doel de eindoplossing zijn genoegzaam bekend.

Op 5 november 1940 verschenen in het Verordnungsblatt des Militärbefehlshaber in Belgien und Nordfrankreich für besetzten Gebiete twee verordeningen uitgevaardigd op 28 oktober 1940, die tot doel hadden de rechten van de Joden in te perken en hen meer bepaald te weren uit ambten en betrekkingen. De advocatuur viel hier onder. Op dat ogenblik waren er aan de balie van Antwerpen 18 Joodse advocaten (1) ingeschreven, waaronder een zekere Régine Karlin. Een rilling liep over mijn rug...

Samen met 4 andere advocaten werd zij opgeroepen op de zitting van 28 april 1941 om 15.00 uur voor de Raad van de Orde om te worden gehoord over de genoemde verordeningen. Zij legt er een stevig gemotiveerd verzoekschrift neer. Men kan het lezen op de tentoonstelling. Enkele maanden later, op 3 juli 1941, gaf de Raad toe aan de druk van de bezetter, die ook aan de balie zijn fervente aanhangers had, en liet de Joodse advocaten weg van de lijst van de stagiairs en het tableau.

De Joodse advocaten konden dus hun beroep niet meer uitoefenen, en moesten vluchten of onderduiken. Ook Mr. Karlin dook onder. Zij werd actief in het communistisch verzet. Haar man, Lucien Orfinger, werd opgepakt en gefusilleerd op 26 februari 1944. Zij bleef achter met twee kinderen.

Na de oorlog - in 1944 - naam de Raad de weggelaten Joodse confraters opnieuw op en bood zijn verontschuldigingen aan. De Antwerpse balie deed dat kort na de feiten, wat uitzonderlijk was. Verbitterd over de houding van de Raad naam ze in 1946 ontslag. Ze schreef zich later in aan de balie te Brussel, en zou zich blijven inzetten voor de mensenrechten, de vrouwenrechten en de vluchtelingen. Zij bekommerde zich om het lot van Joodse weeskinderen. Zij is medeoprichter van Belgische Liga voor de Rechten van de Mens en van het Syndicat des Avocats pour la Démocratie. Te lang om op te noemen. Ik vind het enorm spijtig dat ik dat allemaal twintig jaar geleden niet wist.

De Jodenvervolging blijft een schandaal, waar naast de Nazi’s velen schuldig blijven. En dit tot in de hoogste rangen. Een voorbeeld?

De Voorzitter van de Hoge Raad der Nederlanden, zeg maar het Nederlandse Hof van Cassatie, in 1940 was Lodewijk Ernst Visser, een telg van een vooraanstaande Joodse familie. Hij was zeer goed op de hoogte van wat er zich in de dertiger jaren in Duitsland afspeelde en kwam resoluut op voor de rechten van de Joden.

De Duitsers ontsloegen hem als Voorzitter van de Hoge Raad. De Hoge Raad werd een vazalinstelling van de bezetter en werkte met hem mee. Na de oorlog werd de samenstelling van de Hoge Raad der Nederlanden nauwelijks gewijzigd. In de tientallen jaren erna werd er over het thema Jodenrechten en Hoge Raad zedig gezwegen. Men keek de andere kant op. Business as usual.

Pas nu, begint het, wanneer de getuigen er niet meer zijn...

Zo zou men nog een tijdje kunnen doorgaan. De vraag stelt zich brutaal: hoe is dit kunnen gebeuren? Hoe bestaat het dat in een beschaafd land, Duitsland, dat de wereld het beste heeft geschonken in de wetenschappen, het recht, de filosofie, de muziek, de literatuur... een dergelijke barbarij in een recordtijd tot stand werd gebracht?

Blijkbaar zwijgen mensen. De moedigen, die hun mond durven opendoen, kan men op één hand tellen. Het is wellicht iets van alle tijden. Voorzitter Stevens van de Orde van Vlaamse Balies vertelde mij over zijn bezoek aan de stafhouder van de Orde van Advocaten van Lissabon. In zijn bureau hangen de foto’s van de stafhouders. Ook van zij die het voor het zeggen hadden ten tijde van Salazar. Stevens vroeg hem wat deze stafhouders dan wel ondernomen hadden tegen de dictatuur. Een genante stilte volgde...

Vincent CoigniezHet thema blijft actueel. In Noord-Korea, Zimbabwe, de Filipijnen... worden zij die opkomen voor de mensenrechten en democratie de mond gesnoerd en zelfs vervolgd. Advocaten is hetzelfde lot beschoren: zij worden tegengewerkt of vervolgd omdat zij gewoon hun beroep uitoefenen.

De westerlingen vergapen zich aan het Chinese wonder. Iedereen wil er zaken doen. Maar wat te denken van de velen die er worden vervolgd, waaronder advocaten. Een vervelende vraag. Ook Obama zwijgt en doet aan apeasement, zoals dat heet.

Ook in eigen land blijft waakzaamheid geboden. Wat zou Régine Karlin vinden van het feit dat in een hormonenzaak een advocaat van de beschuldigde wordt opgepakt? Wat zou zij ervan denken dat onder het mom van efficiëntie (denk aan BOM, BIM, witwas en terreurbestrijding) de tegenspraak en de rechten van verdediging wordt ingeperkt? Wat zou zij vinden van valkuilprocedures à la Raad van State? Enz.

Advocaten moeten blijven strijden, voor de mensenrechten en voor de rechtstaat. Dat zou zij zeggen.

Vincent Coigniez
Pro-stafhouder

 

(1) De geschiedenis van de Joodse advocaten wordt treffend beschreven door stafhouder Jan Verstraete. Zie Jan Verstraete, "De Jodenverordeningen in de Belgische advocatuur," in Geschiedenis van de advocatuur in de Lage Landen, Hilversum, Uitgeverij Verloren, 2009, p.319-340.