Advocaten luisteren - Marc Waer

 

De rol van de advocaat

 

Op één schamele pagina de rol van de advocaat exhaustief toelichten is uiteraard niet mogelijk. Gelukkig mocht ik mij beperken tot die rol zoals ik die vanuit mijn eigen functie zie. Dat maakt mijn opdracht niet noodzakelijk eenvoudiger, maar het vergoelijkt wel de afwezigheid van innovatieve juridische inzichten.

Marc Waer
(Fotograaf: Rob Stevens)

De universiteit is bij uitstek een plaats waar bruggen gebouwd worden, tussen droom en daad, tussen jeugd en volwassenheid, tussen onwetendheid en inzicht.
Dat doet mijns inziens ook de advocaat. Hij ontwart juridische kluwens, en stelt oplossingen voor waaraan alle betrokkenen, niet alleen de partijen, maar ook de magistraten en de toeziende overheden, en uiteindelijk de samenleving, hun goedkeuring kunnen hechten. De afstand tussen conflicterende individuen of instellingen wordt door de advocaat binnen zekere perken gehouden. Hij zal onnodige gedingen voorkomen, proberen een vergelijk tot stand te brengen waar dat mogelijk is, pogen onzinnige eisen te milderen. Hij garandeert natuurlijk ook de rechten van de minstbedeelden, en draagt in die hoedanigheid bij tot een eerlijker en rechtvaardiger samenleving. Hij verkleint door dit alles de sociale afstand tussen de burgers. De advocaat modereert en pacificeert.

Advocaten koppelen de concrete details van een rechtszaak aan het wetenschappelijk
arsenaal dat zij zich tijdens hun studie en verdere opleiding tot jurist eigengemaakt hebben. Jurist en advocaat kunnen niet zonder elkaar, maar verschillen onderling toch tamelijk sterk van aard. Een academische jurist zal het vaak aan de professionele onderlegdheid ontbreken om een zaak te winnen, en een uitsluitend in de praktijk vertoevende advocaat, die de ontwikkelingen in de rechtswetenschap aan zich voorbij laat gaan, zal na verloop van tijd zijn scherpte verliezen. Maar een advocaat die, zoals het hoort, praktijk en wetenschap combineert, zal, behalve voor zijn cliënt, ook voor de ontwikkeling van de rechtswetenschap van grote waarde zijn.
Hij draagt immers bij tot de rechtsvinding, de nooit ophoudende ontwikkeling
van het recht, dat zich op soms wondere of zelfs wonderlijke wijze aanpast aan
de steeds groeiende complexiteit van de samenleving. De advocaat conceptualiseert en innoveert.

Ook op andere manieren bouwen advocaten bruggen. De gejuridiseerde complexiteit
van onze samenleving zorgt er immers voor dat de norm steeds vaker of
steeds ingrijpender losgekoppeld wordt van de procedure. Misschien is het niet
goéd dat een allochtoon teruggestuurd wordt naar zijn land van herkomst, maar
als het de uitkomst van de procedure is, zal het niettemin toch gebeuren. Misschien
is het niet goéd dat een bedrijf een snuggere fiscale aftrekpost weet te realiseren, maar als de procedure daartoe leidt, zal het voordeel toegekend worden. De ethische norm heeft een plaats op de verre horizon, misschien verder dan de pas afgestudeerde jurist, nog doordrongen van rechtsfilosofische en maatschappijfunderende principes, lief is. Het hoort echter tot de taak van de goede advocaat om deze afstand niet té groot te laten worden. In die zin is de advocaat degene die, samen met de magistraten, erop toeziet dat de onvermijdelijke techniciteit van het recht niet verkankert tot een heilloze en gevaarlijke ont–ethisering. De advocaat proceduraliseert en ethiseert – waar mogelijk.

De rol van de advocaat is even veelzijdig en tegelijk even beperkt als het recht zelf.
Hij moet werken in een systeem dat verre van ideaal is, dat soms zelfs ronduit onfraaie aspecten vertoont. Maar het is wel het fraaiste systeem voor maatschappij–
ordening waarover we beschikken. In die zin is de advocaat de bruggenbouwer
tussen wens en werkelijkheid. Hij is geen wonderdoener, en dient dat ook niet te
zijn. Maar hij zorgt er wel voor dat de burger, minstens in zekere mate, toegang
krijgt tot ’juridisch geluk’, een term die, zo leert Google, vrij zeldzaam is. Zou
dat een indicatie zijn voor de riante toekomst van het beroep?

Prof. Mark Waer
Rector, K.U.Leuven