Advocaten luisteren - Katlijn Malfliet

 

De advocatuur: hoop voor mensenrechtenbescherming

 

Elke advocaat kent wellicht de naam van Marie Popelin (1846–1913). Op haar 37ste begon deze belangrijkste feministe van haar tijd nog rechten te studeren. Maar toen zij zich bij de Brusselse balie aanbood weigerde de Orde van Advocaten haar de toegang ’omdat vrouwen lichamelijk ongeschikt zijn voor het beroep’. Naar aanleiding van de ’affaire–Popelin’ ontstond in 1892 de eerste feministische vereniging in België, ’La Ligue du droit des Femmes’, waaruit later (in 1905) de Conseil national des femmes de Belgique (CNFB) en uiteindelijk de Nederlandstalige Vrouwenraad voortkwam. Pas in 1922 werden vrouwen in België toegelaten tot de balie.

Marie PopelinDe manier waarop toen over vrouwen gedacht werd is ronduit schokkend. Er werd ondertussen gelukkig veel vooruitgang geboekt, mede onder druk van de Nederlandstalige Vrouwenraad. Het stemrecht voor vrouwen, hun financiële onafhankelijkheid, de principiële gelijkheid in rechten: het zijn stuk voor stuk belangrijke verworvenheden voor vrouwen. Maar advocaten blijven in hun praktijk geconfronteerd met discriminatie van vrouwen. Denk maar aan de problemen rond het alimentatiegeld, de loonkloof en het geweld binnen het gezin: in de overgrote meerderheid van de gevallen trekt de vrouw hier aan het kortste eind. Hier ligt een belangrijke verantwoordelijkheid voor de rechtspraktijk.

De Nederlandstalige Vrouwenraad heeft klacht ingediend bij het Instituut voor Gelijke Kansen van Mannen en Vrouwen n.a.v. de seksistische uitspraak van G. Audenaert, hoofd van de gerechtelijke politie, tijdens een debat over veiligheid in Brussel op 3 maart 2009. De heer Audenaert, zo rapporteerden de kranten, weet de gerechtelijke achterstand o.m. aan het toenemend aantal vrouwelijke rechters. Die kunnen immers niet voldoende tijd vrijmaken voor hun dossiers omwille van de moeilijke combinatie van job en gezin. 42 onafhankelijke magistraten hebben zich bij deze klacht aangesloten. Van de advocaten hebben wij niets gehoord. Nochtans is het belangrijk dat advocaten, zowel mannen als vrouwen, hiertegen reageren. Want vrouwenrechten zijn mensenrechten, en de advocatuur heeft hier een bijzondere verantwoordelijkheid.

Advocaten van de eenentwintigste eeuw moeten het opnemen tegen elke vorm van discriminatie. Zij zijn uitstekend geplaatst om iedere maatschappelijke onrechtvaardigheid af te wijzen en te bestrijden. Mensenrechten krijgen in de eenentwintigste eeuw ongetwijfeld een andere invulling dan honderd jaar geleden, maar het is aan de advocatuur om zich in de eerste linie op te stellen om het begrip ’mensenrechten’ te verfijnen, aan te passen aan de nieuwe tijdsgeest en aan de evolutie van het Europees en internationaal recht. En vooral om op te komen voor een consistente toepassing van het recht van elke mens om vrij te zijn van onderdrukking.

Katlijn Malfliet
Voorzitter van de
Nederlandstalige Vrouwenraad
Professor K.U.Leuven