Advocaten luisteren - Dirk De Gendt

 

Wat verwacht ik als deken van een advocaat in de 21ste eeuw?

 

De opdracht van een deken wordt bepaald door het kerkelijk recht (canon 555): de gemeenschappelijke pastorale activiteit bevorderen en coördineren; dat de religieuze diensten volgens de voorschriften gevierd worden; dat de kerkelijke goederen met zorg beheerd worden.

Hiermee is de toon al gezet. Heel het kerkelijk en pastoraal functioneren bevindt zich in het grijze gebied van onderscheiden juridische domeinen: van algemeen menselijk handelen met al zijn conflicten tot de geestelijke zorg voor mensen. Hier situeert zich het raakvlak tussen kerkelijk en burgerlijk recht, het raakvlak tussen wetgeving op de kerkfabrieken en VZW’s. Het is tevens het raakvlak tussen openbare instelling, feitelijke vereniging en vzw. De hoofdactiviteiten blijven echter steeds: de verkondiging van het woord, de catechese, de ondersteuning van sociale en culturele activiteiten en het vieren van de sacramenten.

Dirk De GendtVanuit dit gegeven is het kerkbedrijf – ik noem het op dit moment heel bewust bedrijf – een specifiek voorbeeld van de vermenging van aspecten van het kerkelijk en burgerlijk recht, maar ook van de specifieke wetgeving op de kerkfabrieken met heel wat jurisprudentie. Ook is er in deze context behoefte aan kennis van allerhande hedendaagse wetgeving: zoals bijvoorbeeld; arbeidswetgeving met de ARAB–normen, vrijwilligersstatuten, bouwverordeningen en regelgeving van diensten als Monumenten en Landschappen. Brandvoorschriften, belastingen als Reprobel, Sabam en Billijke Vergoeding. Kortom niets menselijks is het kerkinstituut vreemd. Zelfs conflicten over het luiden van klokken en beiaards in monumentale omgevingen en woonzones behoren tot het beheren van de kerkelijke gebouwencomplexen.

Zodoende hebben we nood aan advocaten die van alle markten thuis zijn. In de 21ste eeuw met een steeds complexere wetgeving is het duidelijk dat al deze eigenschappen niet meer in één persoon vervat kunnen worden. Hierdoor is vakspecialisatie een must om een echte raadgever te zijn. Het dient ook multidisciplinair te zijn wat in de huidige leefomgeving is er steeds een samenlopen van soms conflicterende regelgevingen. Maar vooral is er de wil naar specialisatie nodig: de wetgeving op kerkfabrieken met zijn gevolgen is vaak zo specifiek dat vaak de regelgever zelf of het ambtenarenkader deze wetgeving niet helemaal doorgrondt of toepast. A fortiori geldt dit ook voor de pastorale vrijgestelden en vrijwilligers in de kerk. Hun hoofdopdracht is immers de pastorale en geestelijke noden van de mensen tegemoet komen en niet het toepassen van allerlei – soms ongekende – regels. Heel het domein van het tijdelijke wordt dan ook in de kerksector als secundair beschouwd. Het is eerder een voorwaarde om de hoofdopdracht te vervullen. Goede raadgevers zijn dan ook een noodzaak. Hier ligt de voornaamste taak van de advocaat. Een raadgever met vakkennis op de onderscheiden materies die zich kan inleven in de fundamentele doelen van de kerk: het vieren van de verrezen Heer en zorg voor de mensen is onontbeerlijk.

Dirk De Gendt
Deken van Leuven,
Herent en Bierbeek