Advocaten Luisteren: Marijke Goegebuer

 

Rare jongens, die advocaten

 

Er zijn zo van die dagen dat ik dokter wilde zijn, liefst nog eentje die dagelijks zeventig mensenlevens redt, drie oude vrouwtjes helpt oversteken en tussendoor een middel heeft uitgevonden tegen een enge ziekte-eindigend-op-itis. Bij familiefeesten zou ik dan nooit meer naast iemand met een kaduuk gehoorapparaat worden geplaatst en telkens opnieuw zou ik aan de feestdis het verhaal moeten vertellen hoe ik dat arme weesje met maar één been en twee neuzen had geopereerd.

Maar helaas ben ik geen dokter, ik ben advocaat. En meestal roept dit bij de medemens geen adorerende blikken op, doch eerder afgrijzen als ware je hobby het dagelijks villen van pasgeboren babytjes. Ze kijken nog eens goed naar je, schudden meewarig het hoofd en zoeken koortsachtig naar wijwater om je te besprenkelen of - bij gebreke aan enig wijwatervat in de buurt - naar een dichtstbijzijnde levensreddende dokter waarmee ze wél willen praten.

Altijd is er wel iemand die iemand kent die iemand kent die iemand kent die veel heeft geleden door een advocaat en daarom lijken we wel gedoemd om eeuwig het statuut van ‘onsympathiekeling’ met ons mee te dragen. We zouden tonnen per maand verdienen door andermans miserie en ons woord is even relatief als de neus van Michael Jackson: kortom elke rechtgeaarde nonkel Jos zit nog liever naast iemand met 56 sterretjes op het aangezicht dan naast zo’n dekselse advocaat als ons.

Marijke GoegebuerGelet op het voorgaande was het dan ook behoorlijk stom van me om destijds te geloven dat een nonchalant achtergelaten toga in mijn kofferbak een slimme waarschuwing zou betekenen voor de garagist om mij deze keer niet te bedotten bij zijn facturatie. (Volgens mij had die man minstens het hoederecht over zijn zeven kinderen verloren, want na één blik op de factuur had ik prompt parentale bijstand nodig…) En het blijft ook stom om mijn balieleuven-mailadres te hanteren voor privégebruik. Zo zag ik wel de teleurgestelde blik in de ogen van die Leuvense winkelier toen ik de oorsprong van mijn e-mailadres diende te verklaren, na zijn vraag ‘waaaaah, de balie waar is dat ergens?’. Wist ik veel dat hij eerder een hip café met zwoele coctails en dito meiden in gedachten had en geen bende echtbrekers zoals wij?

Dus toen de pedicure gisteren, na een half uurtje woedend fulmineren op de advocaat van haar ex, aan mij vroeg wat ik voor de kost deed, keek ik naar haar scherpe mes aan mijn poezelige voetjes en antwoordde abrupt ‘dokter’. Wat uiteraard ook niet echt slim van me was want mijn kennis Latijn beperkt zich tot zinsneden uit ‘Asterix en Obelix’, waardoor ik dus dringend op zoek moet naar een ander adres voor mijn voetjes.

Alleszins had ik daarna toch wel een beetje spijt van mijn onnozele leugen. Na een poosje filosofisch gemijmer moet ik immers bekennen dat ik op familiefeesten toch liever naast mijn hardhorige tante blijf zitten. En niet enkel omdat advies me aangenamer lijkt om te geven dan een lavement. Als advocaat help je immers met daden en woorden én de veelzijdigheid van ons beroep is nu eenmaal uniek. Op die manier helpen we niet simpelweg oude vrouwtjes oversteken, we zorgen er zelfs bijgod voor dat ze behoed blijven tegen elke voorbijscheurende 1382 en 38 paragraaf 1... Met gepaste trots kan ik u dan ook melden mijn identiteitscrisis van gisteren te hebben overleefd. Laat mij maar advocaat blijven. Want hoe je het nu draait of keert, een beroep dat je graag en correct uitoefent is het mooiste beroep ter wereld. Of je nu een echtscheiding pleit, of aan andermans tenen pulkt...

Marijke Goegebuer