Advocaten Luisteren: Vincent Coigniez

 

Pour être Juge d’instruction il faut être fou, sinon on devient dingue?

 

In de stadschouwburg van Antwerpen loopt de musical Notre Dame de Paris naar het meesterwerk van Victor Hugo. Quasimodo was afzichtelijk lelijk. Hij werd door zijn moeder te vondeling gelegd in de kathedraal Notre Dame te Parijs. De priester weldoener Frollo ontfermt zich over hem, voedt hem op en bezorgt hem later een job als klokkenluider in de kathedraal. Quasimodo kweet zich zo goed van zijn taak dat hij doof werd.

Vincent CoigniezDe gebochelde Quasimodo heeft een hart van goud. Hij ontmoet de bloedmooie zigeunerin Esmeralda en smelt. Esmeralda wordt ten onrechte veroordeeld voor moord. Quasimodo bevrijdt haar uit de kerker en neemt haar mee naar zijn toren in de kathedraal en weet er elke aanval af te slaan. Intussen is ook Frollo verliefd geworden op Esmeralda...

Dat is in een notedop de musical. Minder geweten is dat Victor Hugo in zijn boek geregeld de werking van justitie in het ancien régime hekelde als partijdig, onbetrouwbaar en willekeurig. Processen waren schertsvertoningen.

Lelijke mensen krijgen nu éénmaal minder kansen. Het was toen des te meer het geval.

Op een dag diende Quasimodo zich te verantwoorden voor de rechter. Hij wist niet waarom. De rechter leidde de zittingen met arrogantie. Maar de rechter was ook doof. Dat was nooit opgevallen omdat hij altijd dezelfde vragen stelde. De dove ondervraagt de dove 1:

Votre nom? Quasimodo kijkt naar de rechter en heeft niet door dat er een vraag wordt gesteld. De rechter denkt dat hij heeft geantwoord.

Votre âge? Quasimodo zwijgt en de rechter denkt dat hij juist heeft geantwoord.

Votre état? Nog altijd stilte

De rechter gaat onverstoorbaar verder: Vous êtes accusé, par devant nous: primo, trouble nocturne; secundo, de voie de fait déshonnête sur la personne d’une femme folle; tertio, de rébellion et de déloyauté envers les archers de l’ordonnance de notre sire. Expliquezvous sur tous ces points.

Stilte

De rechter: Greffier, avez-vous écrit ce que l’accusé a dit jusqu’ici?

De zaal proest het uit. Quasimodo kijkt rond en haalt zijn schouders op.

De rechter denkt dat hij te kijk wordt gezet en wordt kwaad: Vous avez là, drôle, une réponse qui mériterait la hart! Savez-vous à qui vous parlez?

Hilariteit!

Het openbaar ministerie vordert een straf. De rechter spreekt op de banken uit: Messieurs les sergents à verge, vous me mènerez ce drôle au pilori 2 de la Grève, vous le battrez et vous le tournerez une heure. Il me le paiera, tête-Dieu!

Een stoute onverlaat uit het publiek roept schamper: Ventre-Dieu! que voilà qui est bien jugé!

Dergelijke verhalen behoren gelukkig tot het verleden.

Recht op verdediging en op een eerlijk proces. Het zijn fundamentele zaken. Een rechtstaat is ondenkbaar zonder onafhankelijke rechters en zonder een onafhankelijk strafonderzoek.

Na de Franse revolutie werd een grote stap gezet naar een onafhankelijk strafonderzoek. De figuur van de onderzoeksrechter is hierin curciaal.

Napoleon voerde hem in in zijn Code de l’Instruction Criminelle van 1808. Hij noemde hem l’homme le plus puissant de France. Dit wetboek werd in vele landen, waaronder België, overgenomen.

De onderzoeksrechter heeft in het belang van de waarheid de leiding van het gerechtelijk onderzoek, dat hij voert à charge et à décharge (art. 56 § 1 Sv.). Zijn tussenkomst was voorheen in elke strafzaak verplicht. Het openbaar ministerie diende hem telkens te adiëren.

Deze praktijk geraakte in onbruik en de onderzoeksrechter werd nog slechts in een minderheid van zaken gevat, circa 10%. Het waren dan wel de complexe zaken waar dwangmaatregelen of inbreuken op de individuele vrijheden en rechten moesten bevolen worden 3.

Deze praktijk van het facultatief karakter van het gerechtelijk onderzoek werd bekrachtigd bij wet van 12 maart 1998. De onderzoeksrechter en het gerechtelijk onderzoek komen geregeld in de media.

Onderzoeksrechter zijn is echter niet zonder risico. Dit kwam prominent naar voor in de zaak Dutroux. Connerotte en Langlois werden in korte tijd respectievelijk verheerlijkt en verguisd.

De media smeren het uit. De politiek recupereert het thema en kondigt hervormingen aan.

In de zaak Ronald J. is het niet anders. Het gerechtelijk onderzoek wordt geviseerd. Ook de onderzoeksrechter komt in beeld. In Frankrijk is een zelfde discussie aan de gang.

Sommigen pleiten voor de afschaffing van de figuur van de onderzoeksrechter4. Anderen willen zijn rol fel inperken en van de onderzoeksrechter een rechter van het onderzoek maken 5. In deze visie wordt het onderzoek volledig gevoerd door het openbaar ministerie en treedt de onderzoeksrechter slechts op in de gevallen waarin hij daarom uitdrukkelijk wordt verzocht. Hij zou niet meer tussenkomen als onderzoeker, maar enkel nog als rechter, en zou dus neutraler zijn6.

In België heeft onder meer de kabinetchef van gewezen premier Verhofstadt, de Gentse hoogleraar Brice De Ruyver, naar aanleiding van de commotie rond de zaak Van Uytsel hiervoor gepleit. Het lokte meteen een kordate reactie uit van de voorzitter van de vereniging van onderzoeksrechters, de heer Karel Van Cauwenberghe 7.

Wat moeten we daar allemaal van denken? Is de afschaffing van de onderzoeksrechter een goede zaak en mogen we alle heil verwachten van een rechter van het onderzoek?

Laten we het kort ’s bekijken. De argumenten om de functie af te schaffen of in te perken zijn samengevat de volgende:

Te veel macht bij één persoon.

De onderzoeksrechter is tegelijk politieman en rechter. Concentratie van macht leidt tot ontsporingen. Hierbij wordt - vooral in Frankrijk - verwezen naar het trauma van Outreau 8. Onderzoeksrechter Burgaud leidde in 2001 een onderzoek naar kindermisbruik. 17 personen werden ten onrechte aangehouden. Hun levens werden verwoest.

Door de functie af te schaffen zouden gerechtelijke dwalingen als deze vermeden worden.

Een betere bescherming van de rechten van de verdediging.

Het verwijt is geregeld te horen dat de onderzoeksrechter te eenzijdig zou werken. Hij zou te veel à charge optreden. Dit zou komen omdat hij voornamelijk intervenieert op verzoek van het parket. In een systeem van een rechter van het onderzoek zou de onderzoeksrechter ook op verzoek van het slachtoffer en de verdediging kunnen optreden, waardoor deze een grotere impact zouden krijgen op het onderzoek 9. Aldus zou er meer evenwicht komen.

Het is efficiënter in het kader van de misdaadbestrijding.

Het openbaar ministerie bindt – al dan niet landelijk gecoördineerd – de strijd aan tegen de misdaad. De onderzoeksinspanning wordt geconcentreerd, en niet versnipperd. De rechten van het individu blijven gewaarborgd, nu een rechter het toezicht uitoefent. Aldus conformeert men zich naar de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Er zijn zeker goede argumenten in het verhaal. Echter, zijn die voldoende om de figuur van de onderzoeksrechter over boord te gooien? Is de remedie niet erger dan de kwaal? Naar mijn oordeel is een hervorming slechts te overwegen in de mate ze een vooruitgang betekent ten opzichte van het huidige systeem.

Bij de invoering van een rechter van het onderzoek zijn er toch enkele kanttekeningen te maken. Ik ga er puntsgewijze even op in:

Het is niet bewezen dat er in een meer accusatoir systeem minder gerechtelijke dwalingen zouden zijn.

In landen waar geen onafhankelijke onderzoeksinstantie bestaat, zoals in het Verenigd Koninkrijk, wordt het ontbreken ervan als één van de belangrijkste oorzaken van gerechtelijke dwalingen beschouwd 10.

Zaken als the Birmingham Six en the Guildford Four blijven tot de verbeelding spreken. In deze laatste zaak is het onderzoek van McConville sprekend 11. Een van de oorzaken was een overijverige politie. Onder de publieke druk om verdachten te produceren, komt men te snel tot een hypothese. Men neigt dan tot het verzamelen van enkel die elementen die de hypothese schragen en heeft geen oog voor andere hypothesen, enz. In een onafhankelijk gerechtelijk onderzoek is de kans dat dit gebeurt kleiner.

In het voorgestelde systeem schuilen ook gevaren. De rechter van het onderzoek zou de integriteit van het onderzoek moeten bewaken en moet dus geadieerd worden wanneer belangrijke zaken op het spel staan, zoals bijvoorbeeld dwangmaatregelen, burgerrechten, enz.

Echter, de rechter moet dan deze beslissingen nemen zonder een overzicht te hebben over het gevoerde onderzoek en de uitgangspunten ervan. Verstraeten wees er al op dat een rechter van het onderzoek dikwijls niet in staat zal zijn om na te gaan of de voorgelegde informatie wel volledig en betrouwbaar is om vervolgens de noodzakelijkheid of de wenselijkheid van de gevraagde maatregel te beoordelen. De waarborgen voor de rechtsonderhorigen dreigen aldus te verwateren, wat neerkomt op een substantiële versterking van de positie van het openbaar ministerie en de politiediensten 12.

In Duitsland heeft een gelijkaardige hervorming in elk geval geleid tot een duidelijke versterking van het openbaar ministerie 13. Volgens sommigen dreigt de rechter van het onderzoek aldus te verworden tot een formaliteit, een brievenbusrechter 14.

Het uitgangspunt dat de rechten van de verdediging beter zouden beschermd zijn is misschien in theorie in bepaalde mate juist, maar gaat niet op in de praktijk.

Als de verdachte of het slachtoffer zich niet kunnen beroepen op een onafhankelijk onderzoek gericht op waarheidsvinding, dan zullen zij zelf de klus moeten klaren. Dit betekent detectives inhuren, allerlei deskundigen aan het werk zetten, één of meerdere gespecialiseerde advocaten raadplegen, enz. Wie zal dat betalen? Dit is enkel weggelegd voor de gegoeden.

Een hervorming in de voorgestelde zin betekent met andere woorden een drastische hervorming van de rechtsbijstand met grote budgettaire implicaties. Over een verhoging van de middelen op dit vlak heb ik evenwel niets gehoord...

Onwillekeurig valt het op dat de aanval op het instituut onderzoeksrechter wordt ingezet door politici naar aanleiding van een zwaar gemediatiseerde zaak. Zou hierachter één of andere bijbedoeling kunnen schuilen?

Boze tongen beweren dat onderzoeksrechters hinderlijk zijn voor de machthebbers. In Frankrijk hebben sommige onderzoeksrechters ophefmakende financiële zaken en corruptieschandalen onderzocht waarin politici en vooraanstaande industriëlen als verdachte werden vernoemd. De geviseerden noemen de onderzoekrechters smalend petits juges 15. In België kunnen we verwijzen naar de PS-schandalen, de aanhouding van Vansteenkiste, enz.

In de mate het gerechtelijk onderzoek volledig wordt ondergebracht bij het parket dat formeel en informeel - in meer of mindere mate - wordt aangestuurd door de uitvoerende macht kan men zich afvragen of gevoelige dossiers wel ernstig zullen onderzocht en vervolgd worden. Zeker in landen – zoals Frankrijk – waar de minister van justitie een negatief injunctierecht heeft is deze vrees niet ondenkbeeldig.

Een parket dat volledig onafhankelijk is van de uitvoerende macht zou een alternatief kunnen zijn. In tegenstelling tot Duitsland is het parket in Italië volledig onafhankelijk. In Duitsland worden er heel weinig omkopingsonderzoeken gevoerd. In Italië des te meer. Vraag het maar aan Berlusconi. Hoeveel keer moet hij nog een immuniteitswet laten goedkeuren om aan vervolging te ontsnappen 16?

Nergens heb ik gelezen dat men het openbaar ministerie zou hervormen à l’italienne.

 

Misschien heeft de aangekondigde hervorming een meerderheid in het parlement. Wellicht zal een meerderheid van de bevolking er ook voor zijn. Deze laat zich leiden door de media.

Maar heeft men ook de mening gevraagd van zij die met justitie in aanraking komen? Namelijk van de rechtszoekenden? De rechtszoekenden hebben nochtans een spreekbuis: de advocatuur. Advocaten pleiten niet voor zich zelf. Zij treden op voor eisers en verweerders, voor verdachten, beschuldigden en slachtoffers.

De advocaten zijn vierkant tegen. Zij kennen het terrein van justitie en zij zien in de afschaffing of de inperking van het gerechtelijk onderzoek een achteruit- gang en een bedreiging voor de rechtstaat.

Het debat moet met de juiste argumenten gevoerd worden. Met oog voor de gevolgen van een geplande hervorming voor de rechtszoekenden en de rechtstaat.

Het is daarom ten zeerste te betreuren dat hervormingsideeën worden gelanceerd naar aanleiding van gemediatiseerde incidenten, waarbij men - niet gehinderd door dossierkennis - allerlei analyses maakt en de film van achter naar voor bekijkt.

De onderzoeksrechter moet trachten de waarheid te achterhalen. Het is een nobele taak. De wegen die er naar toe leiden zijn niet bewegwijzerd of genummerd. Hij moet afwegingen maken en beslissingen nemen. Soms met grote implicaties.

Hij kan zich hierbij vergissen of inschattingsfouten maken. Echter, een feilloos systeem bestaat niet, tenzij men zich weinig gelegen laat aan het zoeken naar de waarheid. Maar dit is geen optie. Het is daarom van belang dat de onderzoeksrechter de vereiste omkadering

krijgt en dat er naar alle partijen, gaande van openbaar ministerie tot slachtoffer en verdachte, objectief wordt geluisterd. Iemand moet de job doen. Is het de onderzoeksrechter niet, dan zal het iemand anders moeten doen. De uitdaging blijft evenwel dezelfde.

Het is van het grootste belang dat de onderzoekers in sereniteit kunnen werken. Anders zullen de vacatures voor het onderzoek lang oningevuld blijven. En welk belang wordt er dan gediend?

En... wat zou Quasimodo daar allemaal van denken?

Vincent COIGNIEZ
Pro-stafhouder

 

1 Victor Hugo, Notre Dame de Paris, La Bibliothèque du Soir, Edition Le Soir, p. 165-166.
2 Schandpaal.
3 VAN DEN WYNGAERT, C, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Maklu, Antwerpen, 1998., 491.
4 Zoals kamerlid Carine Van Cauter (Open VLD wil onderzoeksrechter afschaffen, Gazet van Antwerpen, 19 januari 2010).
5 Zoals de Franse president Sarkozy (Sarkozy envisage de supprimer le juge d’instruction, Le Monde, 9 januari 2009).
6 VAN DEN WYNGAERT, C., o.c., 771.
7 Moeten er koppen rollen? De Standaard 4 maart 2010.
8 Sarkozy confirme la fin du Juge d’instruction, Libération, 7 januari 2009.
9 VAN DEN WYNGAERT, C., o.c., 772.
10 VAN DEN WYNGAERT, C., o.c., 773.
11 van KOPPEN, P., Rechterlijke dwalingen, in Het Recht van Binnen. Psychologie van het recht, Kluwer, Deventer, 2002, 881.
12 VERSTRAETEN, R., Handboek strafvordering, Maklu, Antwerpen-Apeldoorn, 1999, p. 269, nr. 598.
13 VAN DEN WYNGAERT, C., o.c., 773.
14 Zie DE HERT P. en ÖLÇER, P., De methodologische armoede van het debat over de onderzoeksrechter of rechter-commissaris,
De Orde van de Dag, 12-2004, aflevering 28, 53 e.v.
15 VAN DEN WYNGAERT, C., o.c., 772; Suppression des juges d’instruction: ‘Le début de l’immunité pour les gens au pouvoir’,
Libération, 7 januari 2009.
16 ADAM, P. , Spécificités et réformes du juge d’instruction en Europe, http://www.rfi.fr/actufr/articles/109/article_77014.asp.